Veilig werken begint met een vrij gazon en scherpe aandacht. Verwijder stenen, takken en speelgoed voor elke maaibeurt. Los materiaal kan de messen beschadigen of onverwacht wegschieten. Draag stevige schoenen.
Schakel de messen uit voordat je een pad, grindstrook of oprit oversteekt. Laat kinderen nooit meerijden, ook niet tijdens een korte verplaatsing. Een veiligheidsschakelaar stopt de messen of motor wanneer je de stoel verlaat, afhankelijk van de uitvoering. Controleer die functie geregeld.
Reinig na gebruik de onderkant van het maaidek, want opgehoopt gras belemmert de luchtstroom, verlaagt de maaikwaliteit en blijft langer vastzitten na herhaald maaien van vochtig gras gedurende een langere natte groeiperiode. Werk alleen aan de messen met uitgeschakelde motor en verwijderde contactsleutel. Vervang beschadigde messen direct. Bewaar brandstof volgens de aanwijzingen van fabrikant en verpakking.