De lichtbron bepaalt kleurweergave warmte en stroomverbruik. Voor kunst aan de muur is een hoge kleurweergave-index doorgaans verstandiger. Kies liefst CRI 90 of hoger. Dan blijven subtiele tinten beter herkenbaar, vooral bij huidtinten, grijzen en verzadigde pigmenten. Een kleurtemperatuur rond 2700 tot 3000 kelvin geeft een warme indruk, terwijl 4000 kelvin witter oogt en details sterker kan benadrukken.
Let daarnaast op de lichtstroom in lumen. Te weinig lumen laat het werk vlak ogen. Te veel licht kan papier, textiel en aquarel sneller doen verbleken wanneer de lamp dagelijks lang brandt. Led is vaak geschikt door de lage warmtestraling naar voren en het beperkte energieverbruik.
Controleer bij een geïntegreerde ledmodule hoe vervanging na een defect is geregeld. Een lamp met fitting laat je lichtbronnen kiezen op kleurtemperatuur en kleurweergave. Wanneer je een oude halogeenlamp vervangt, controleer dan fitting, maximale warmte en beschikbare ruimte, want een ledlamp kan wel passen maar alsnog een duidelijk andere bundel of lichtkleur geven.