De lengte bepaalt vooral hoeveel je hoeft te buigen. Meet eerst de afstand tot de vloer. Een lepel van 15 centimeter past meestal makkelijk mee. Een lengte rond 50 centimeter maakt het aantrekken prettiger wanneer je minder bewegingsruimte bij je heupen of rug hebt.
De bladcurve moet de vorm van je hiel volgen. Een te vlak blad glijdt sneller langs de hielrand. Kies bij stijve schoenen een blad met afgeronde randen. Zulke randen verdelen druk beter, zodat de voering minder snel schuurt tijdens het aantrekken.
Sommige modellen hebben een haak voor ophangen. Die haak houdt hem zichtbaar bij de kapstok. Een ophangoog voorkomt zoeken wanneer je schoenen steeds op dezelfde plek aantrekt. Reis je vaak, kies dan een model zonder scherpe hoeken. Neem een korte schoenlepel mee in een schoenenzak, want zand en losse spullen kunnen een glad blad beschadigen.