Speelgoedmotoren verschillen vooral in bediening, schaal, speelmogelijkheden en de gewenste leeftijd. Een duwmodel rijdt door handkracht en heeft daarom geen elektronica nodig. Dat maakt het geschikt voor jongere kinderen die direct willen beginnen. Radiografische modellen gebruiken een zender, zodat sturen en gas geven apart oefenen vragen.
Een frictiemotor beweegt vooruit nadat je het voertuig over de vloer hebt geduwd. Die werking blijft eenvoudig. Modellen met licht of geluid trekken aandacht, terwijl een stille motor vaak fijner is in gedeelde ruimtes. Bij schaalmodellen draait het vaker om details dan om stevig dagelijks spel.
Door zijn formaat heeft een grotere motor meer vrije vloer nodig, waardoor hij minder goed in een opbergbak past. Voor fantasieritten werken eenvoudige modellen vaak beter, omdat een kind ze overal kan meenemen. Wil je vooral verzamelen, let dan op schaalvermelding en afwerking. Voor ander rollend speelgoed kun je ook bij Speelgoedvoertuigen kijken.