Springpaarden (2)

Springpaarden helpen turners bij sprongen en overslagen tijdens training. De juiste hoogte en vorm moeten passen bij leeftijd, oefenniveau en beschikbare landingsruimte. Ook de stabiliteit telt zwaar mee. Een te licht of verkeerd ingesteld toestel belemmert techniek en vergroot het risico op onveilige landingen tijdens herhaalde oefeningen thuis, op school of in de turnzaal.

Wat vind je van deze pagina?

Springpaarden vergelijken en kiezen

1. Springpaarden: vormen en gebruik

Springpaarden verschillen vooral in vorm ondersteuning en verstelmogelijkheden. Een klassiek springpaard heeft een langgerekte romp die vaak met een slijtvaste bekleding is afgewerkt. Sommige uitvoeringen hebben handgrepen. Die geven beginnende turners houvast bij een overslag, terwijl gevorderden meestal zonder grepen oefenen voor een vrije handplaatsing.

Kies een model met grepen alleen wanneer die oefenvorm terugkeert in je lesplan of trainingsschema. Een toestel zonder grepen past beter bij sprongen waarbij handen kort op het middenvlak landen. Ook bestaan er lagere oefenbokken. Die zijn geschikt voor opbouwtraining, omdat de lage instap angst vermindert en de sprongbeweging overzichtelijk houdt.

Vergelijk daarbij de pootconstructie met de beschikbare vloer, want brede voeten verdelen druk anders dan smalle poten. Rubberen voetdoppen beperken verschuiven. Voor een breder overzicht van toestellen past Turnen beter wanneer je trainingsdoel nog niet vastligt. Daar vind je ook toestellen voor andere basisoefeningen en leeftijdsgroepen.

2. Hoogte en afmetingen kiezen

De juiste hoogte ondersteunt een beheerste sprongopbouw. Meet de hoogte altijd vanaf de vloer tot het hoogste deel van het bovenvlak. Kleine stappen helpen al veel. Zo kan een turner eerst de afzet, handplaatsing en landing rustig op elkaar afstemmen.

Wanneer meerdere turners hetzelfde toestel gebruiken, voorkomt een duidelijke hoogteafspraak dat iemand na een eerdere oefening onverwacht op een lagere of hogere afzethoogte springt, waardoor de landingsafstand plotseling verandert. Zet verstelbare poten steeds symmetrisch. Controleer vervolgens of elke pen of hendel volledig in de borging valt. Een scheef bovenvlak maakt handplaatsing minder voorspelbaar en leidt af van de techniek.

Stem de hoogte af op de gebruikte matten, omdat een dikke landingsmat de effectieve toestelhoogte verlaagt. De afzet moet blijven kloppen. Bij sprongen met een aparte afzet hoort de hoogte bovendien bij het type springplank voor turnen. Test de volledige opstelling eerst met een eenvoudige oefening zonder maximale aanloop.

3. Constructie en bekleding

Een stevige kern houdt het bovenvlak stabiel tijdens herhaald gebruik. De romp bestaat vaak uit een dragende constructie met vulling en een gesloten bekleding. Vulling dempt plaatselijk contact. Te zachte vulling kan echter wegdrukken wanneer handen telkens op dezelfde plek landen.

Let ook op de overgang tussen romp en poten. Goed afgewerkte verbindingen voorkomen dat kleding blijft haken of dat scherpe randen voelbaar zijn. Metalen poten bieden doorgaans een stijve basis. Een breed ondersteund frame is vooral prettig op een vlakke sportvloer waar het toestel intensief wordt verplaatst.

De bekleding moet strak zitten zonder losse plooien. Los materiaal slijt sneller. Kijk naar naden, hoeken en bevestigingspunten, omdat deze delen veel wrijving krijgen bij verplaatsen en dagelijks reinigen. Een oppervlak met duidelijke beschadigingen vraagt om herstel voordat de vulling bereikbaar wordt.

4. Opstelling en trainingsgebruik

Een goede opstelling geeft iedere sprong een voorspelbare route. Plaats het toestel op een vlakke ondergrond met voldoende vrije ruimte rond de aanloop en landing. De looplijn blijft vrij. Zet geen losse materialen naast de afzetzone waar een voet naartoe kan uitwijken.

Gebruik passende matten aan de landingszijde en zorg dat hun randen niet opkrullen. Een mat voorkomt geen foutieve techniek. Wel dempt hij de landing, terwijl een verschuivende mat juist een onverwachte stap of draai kan veroorzaken. Controleer daarom vóór iedere trainingsronde de aansluiting tussen toestel en landingsvlak.

Bouw de oefening op vanaf een lage snelheid en eenvoudige beweging. Daarna kun je de aanloop of toestelhoogte aanpassen. Bij onzekerheid over de landing bieden beschermende uitrusting voor turnen en begeleiding extra ondersteuning tijdens de leerfase. Beschermers vervangen geen vrije valruimte of goede toezichtafspraken.

5. Veiligheid en normen

Veilig gebruik begint met een stabiel opgesteld springpaard. Controleer vóór gebruik of alle poten vlak contact maken met de vloer. Het toestel mag niet wiebelen. Herstel een instabiele stand eerst voordat iemand een aanloop neemt.

Europese turntoestellen kunnen onder EN 913 vallen voor algemene veiligheidseisen. Voor paarden en bokken wordt ook EN 12196 gebruikt als productspecifieke norm. Een normverklaring helpt bij de beoordeling. Toch blijven de montagevoorschriften van de fabrikant leidend voor de gekozen uitvoering en opstellocatie.

Houd toezicht passend bij de oefening en het niveau van de turner. Een ervaren begeleider kan de hoogte aanpassen voordat de sprong te groot wordt. Leg vaste afspraken vast over aanloop en landing, zodat niemand onverwacht het oefenvlak betreedt. Stop direct bij een los onderdeel of een beschadigde bekleding.

6. Onderhoud en levensduur

Regelmatig onderhoud houdt het toestel veilig en prettig bruikbaar. Veeg de bekleding na gebruik schoon met een middel dat daarvoor geschikt is. Laat het oppervlak drogen. Agressieve reinigers kunnen materiaal aantasten of het bovenvlak te glad maken.

Controleer wekelijks de voetdoppen, borgpennen en verbindingen. Besteed extra aandacht aan losse naden en scheurtjes bij de hoeken. Kleine schade groeit snel. Tijdig herstel voorkomt dat vocht of vuil in de vulling en dragende delen terechtkomt.

Verplaats het springpaard met voldoende personen wanneer het gewicht of formaat daarom vraagt. Til aan stevige delen van het frame en sleep niet over de vloer. Bewaar het droog buiten direct zonlicht, want langdurige warmte kan bekleding en lijmlagen verouderen. Noteer controles zodat terugkerende slijtage sneller opvalt.

Begrippenlijst

Handgrepen

Handgrepen zijn vaste grepen boven op het toestel voor steun tijdens bepaalde sprongen. Ze helpen bij gecontroleerde handplaatsing in de opbouwfase. Voor vrije overslagen zijn ze vaak niet gewenst, omdat ze de beschikbare landingsplek voor de handen veranderen.

Hoogteverstelling

Hoogteverstelling is het mechanisme waarmee je de afstand tussen vloer en bovenvlak aanpast. Gelijke instellingen aan beide zijden houden het vlak recht. Controleer na het verstellen altijd of de borging volledig is vastgezet.

Voetdop

Voetdop is een antislip eindstuk onder een poot dat contact met de vloer maakt. Het beschermt de vloer tegen krassen en beperkt schuiven. Een gescheurde voetdop kan de stabiliteit merkbaar verminderen.

Afzetzone

Afzetzone is het vloergebied waar de turner vlak voor de sprong afzet. Deze zone moet vlak blijven en vrij zijn van obstakels. De afstand tot het toestel bepaalt mede waar handen en voeten terechtkomen.

EN 913

EN 913 is een Europese norm met algemene veiligheidseisen voor turntoestellen. De norm behandelt onder meer stabiliteit, constructie en risico's door uitstekende delen. Controleer altijd welke normverklaring de fabrikant voor het specifieke model afgeeft.

Bekleding

Bekleding is de buitenlaag rond de romp die grip, comfort en slijtvastheid beïnvloedt. Een gesloten oppervlak laat zich doorgaans eenvoudiger schoonmaken. Beschadigingen kunnen de onderliggende vulling blootleggen en vragen om tijdig herstel.

Over springpaarden

Vergelijk 2 springpaarden bij honderden Nederlandse webshops. De prijzen lopen van € 73 tot € 78. products.ai toont per product de laagste prijs, de voorraad én de prijsontwikkeling, zodat je altijd de beste deal vindt.

Verwante categorieën