Veilig werken begint met schoon gereedschap en stabiele ondersteuning. Transmissievloeistof kan huid en lak irriteren. Draag daarom handschoenen en veeg gemorste vloeistof altijd direct weg. Werk nooit onder een voertuig dat alleen op een krik staat.
Gebruik assteunen op de aangewezen steunpunten voordat je onder de auto kruipt. Oude vloeistof hoort bij een inzamelpunt voor afgewerkte olie. Meng haar niet met koelvloeistof of remvloeistof, omdat verwerking dan lastiger wordt. Controleer na een beurt op lekkage rond pluggen, leidingen en de carterpan.
Een verbrande geur of metaaldeeltjes kunnen op slijtage wijzen, terwijl kleur alleen geen defect bewijst. Regelmatig onderhoud helpt componenten schoon te houden en beperkt warmteproblemen tijdens zware inzet, omdat oude vloeistof minder goed smeert en bij langdurig langzaam stadsverkeer minder warmte uit de transmissie afvoert. Raadpleeg een specialist bij aanhoudend bonken, vertraging of slip tijdens schakelen. Snelle actie beperkt soms vervolgschade.