Vingerhoesjes werken het best bij droog papierwerk met herhaalde handelingen. Bij post sorteren, archiveren of tellen voorkom je dat je vingers telkens bevochtigd moeten worden, terwijl het papier schoner blijft en dunne vellen minder snel kreuken of aan elkaar plakken. Dat scheelt tijd. Gebruik één hoesje per werkende vinger.
Vooral bij glad gecoat papier merk je het verschil, omdat de oppervlakte minder houvast biedt dan ongecoat kopieerpapier. Vocht is dan overbodig. Zet het hoesje laag genoeg op de vinger. Een goed aansluitende rand voorkomt draaien wanneer je snel van stapel naar stapel gaat.
Bij formulieren op een harde tafel geeft een schrijfonderlegger extra steun, zodat je gelijkmatiger druk uitoefent. Aan een bureau werkt dat rustiger. Voor natte, vette of stoffige materialen is een vingerhoesje minder geschikt, omdat de grip dan onvoorspelbaar kan veranderen. Was je handen eerst wanneer papier vuil aanvoelt.