Maaswijdte en diepte bepalen hoe vis in het net ligt. Fijne mazen ondersteunen kwetsbare schubben en vinnen beter. Rubber of gecoat gaas neemt doorgaans minder water op. Grotere mazen voeren water sneller af tijdens het scheppen.
Kies een fijne structuur wanneer je voorzichtig terugzet, omdat losse haken en vinnen dan minder snel blijven vastzitten. Netdiepte geeft een vis ruimte na het landen. Een ondiep model werkt snel bij kleine vangst. Diepere netten beperken de kans dat een grotere vis over de rand springt, vooral wanneer je kort boven het water werkt.
Meet de binnenmaat van de kop, want fabrikanten beschrijven die soms anders dan de totale buitenmaat. Controleer ook de maaswijdte bij de rand. Daar krijgt het materiaal veel spanning. Een gelijkmatig net blijft beter in vorm, terwijl dikke knopen juist meer weerstand geven in stromend water.