Vlees kies je vooral op het gerecht en de bereidingstijd. Een biefstuk vraagt thuis een andere aanpak dan draadjesvlees. Wie weinig tijd heeft, profiteert van dunne stukken die snel garen en toch een herkenbare structuur houden.
Voor een stoofgerecht werkt doorregen vlees beter, omdat vet en bindweefsel tijdens lang garen smaak en zachtheid geven. Mager vlees droogt sneller uit. Kies daarom een snede die past bij temperatuur, tijd en gewenste beet. Gehakt biedt veel vrijheid, want je maakt er gemakkelijk een saus of burgers mee. Let daarbij op het vetpercentage, want dat beïnvloedt sappigheid en krimp.
Ook herkomst en diersoort sturen de smaak. Varkensvlees smaakt vaak mild, terwijl rund doorgaans voller en steviger smaakt. Maak eerst je gerechtkeuze, daarna vergelijk je rustig de geschikte stukken in het schap.