Het kaartbeeld bepaalt hoeveel je werkelijk kunt aflezen. Politieke kaarten tonen landen en grenzen in duidelijke kleurvlakken. Fysieke kaarten leggen juist nadruk op gebergten, zeeën en hoogteverschillen. Een combinatiekaart biedt beide soorten informatie, al kan die op een kleine bol sneller druk ogen.
Kijk ook naar de taal van namen. Nederlandse benamingen lezen vertrouwd, terwijl Engelstalige namen beter aansluiten bij veel internationale atlassen. Actualiteit verschilt per druk, omdat grenzen, landnamen en hoofdsteden kunnen veranderen. Voor schoolwerk of reisplanning voorkomt een recente kaart verwarring door verouderde landen, grenzen en hoofdsteden wanneer je tijdens een opdracht op school of thuis geografische bronnen naast elkaar legt.
Voor een decoratieve wandopstelling mag vorm zwaarder wegen dan detail. Een wereldkaart als Kunst past beter wanneer je geen driedimensionaal object kwijt kunt. Kleuren bepalen de sfeer.