Flesmaat en sluiting beïnvloeden het gebruiksgemak direct. Een standaardfles bevat 75 cl, terwijl halve flessen van 37,5 cl handig zijn voor twee kleine glazen. Magnums bevatten meestal 1,5 liter. Een grotere fles rijpt vaak langzamer, omdat er verhoudingsgewijs minder zuurstof bij de wijn aanwezig is.
Natuurkurk laat zeer beperkt zuurstof door en vraagt een horizontale ligpositie wanneer je de fles langer bewaart. Schroefdoppen sluiten betrouwbaar af. Ze passen goed bij frisse stijlen die je jong drinkt, want openen gaat snel en zonder kurkentrekker. Een kunststof kurk is praktisch voor snel gebruik, met minder voorspelbare afsluiting bij langdurige bewaring.
Temperatuur verandert de geur en structuur sterker dan veel mensen verwachten. Witte wijn serveer je vaak rond 8 tot 12 °C, terwijl lichte rode wijn meestal beter uitkomt rond 14 tot 16 °C. Te koud dempt aroma's. Schenk krachtige rode wijn niet te warm, omdat alcohol dan nadrukkelijker ruikt en de smaak minder in balans lijkt dan bij een iets koelere temperatuur in het glas op tafel.