Stabiele waterwaarden voorkomen irritatie en onnodig gebruik van middelen. Meet minstens wekelijks en vaker na intensief zwemmen of regen. Begin altijd met de pH-waarde. Die bepaalt hoe goed chloor werkt en hoe prettig water aanvoelt. Een pH tussen 7,2 en 7,6 is doorgaans het streefgebied.
Vrije chloor geeft aan hoeveel werkzame desinfectie beschikbaar is nadat organisch vuil een deel heeft verbruikt in het bad. Alkaliniteit werkt als buffer en remt snelle schommelingen van de pH. Cyanuurzuur beschermt chloor tegen zonlicht. Een hoge waarde kan de desinfectie minder actief maken. Teststrips zijn snel. Een druppeltest geeft meestal nauwkeuriger onderscheid tussen kleine afwijkingen, waardoor je minder snel te veel corrigeert.