Bij rompertjes vergelijk je vooral sluiting en aangenaam draaggevoel. Let bijvoorbeeld op knoopjes of drukknoopsluiting bij het aantrekken, en op de manier waarop de hals en pijpen aansluiten. Ook telt mee hoe het kledingstuk valt bij beweging.
In overhemden, shirts en bovenstukjes draait het verschil vaker om kraagvorm en snit. Vergelijk de breedte van de kraag, de knoopsluiting en de manier waarop de schouders aansluiten. Je krijgt dan een duidelijk beeld van hoe het bovenstukje zit onder een vest of met een broek.
Als je een jurk kiest, kijk je naar model en afwerking. Bij jurken let je op de halslijn, de mouwlengte en de manier waarop de stof langs het lichaam valt. Die combinatie bepaalt of de jurk prettig zit tijdens lang dragen, of juist voor een specifieke gelegenheid.