Binnen peuterondergoed en onderlagen zie je verschil in draagmoment. Let bij peuterondergoed op rekbaarheid, breedte van de boord en hoe het zich vormt na dragen. Bij sokken zoals baby- en peutersokken tellen vooral lengte, pasvorm bij de voet en afwerking bij de teen.
Bij leggings en unitards gaat het vaak om hoe het kledingstuk meebeweegt. Bekijk daarom de beenlengte, de mate van rek en de afwerking bij de taille. Bij baby- en peutertruitjes zoals baby- en peutertruitjes vergelijk je kraagvorm, mouwvorm en sluitingen.
Zo kies je gericht op comfortkenmerken. Je voorkomt dat je per ongeluk een model pakt dat minder goed aansluit.