De juiste invoerwaarden maken een accutest voor jouw voertuig betrouwbaar. Controleer eerst de nominale spanning op het etiket van de accu. Personenauto's gebruiken meestal 12 volt, terwijl motorfietsen vaak 6 of 12 volt hebben. Een verkeerde spanningskeuze geeft al snel misleidende waarden tijdens de test. Lees ook de opgegeven startstroom zorgvuldig af op het label. Die staat vaak als CCA, EN, SAE, DIN of IEC vermeld.
De tester vergelijkt deze referentie met de gemeten conditie, waardoor een CCA-waarde zonder passende norm weinig zegt. AGM-accu's vragen een eigen instelling. EFB is bedoeld voor veel startcycli. Gelaccu's en klassieke natte loodaccu's reageren anders op laden en ontladen, dus kies het juiste accutype in het menu.
Let verder op de lengte van kabels en de vorm van klemmen. Stevige geïsoleerde klemmen geven contact op accupolen, terwijl smalle ruimtes soms korte meetpennen vragen. Voor laden na een zwakke meting passen acculaders voor voertuigen beter dan herhaald testen. Klemmen moeten goed vastzitten.