De afstand bepaalt de zichtbare hardheid van schaduwen. Een reflector verandert vooral de richting en omvang van de bundel. Plaats je hem dichtbij, dan blijft het verlichte vlak kleiner. Schaduwen worden dan duidelijker.
Vergroot je de afstand, dan neemt de bundel toe maar daalt de lichtintensiteit op het onderwerp. Je moet dan vaak de flitsinstelling of afstand opnieuw aanpassen. Een raster voor een reflector beperkt strooilicht, zodat je de achtergrond donkerder kunt houden en de aandacht sterker bij het onderwerp blijft wanneer muren of andere oppervlakken licht terugkaatsen. Dit geeft meer controle.
Richt de bundel iets langs het gezicht voor een minder vlak portret, terwijl frontaal licht details gelijkmatig laat zien. Test eerst zonder extra lichtvormer op precies dezelfde opnameafstand als je onderwerp. Voor kleurcorrectie zijn belichtingsfilters en -gels logischer, omdat reflectoren de kleur van je flitser doorgaans niet wijzigen.