De gemelde positie blijft een schatting met wisselende nauwkeurigheid. Satellietsignalen werken het best met vrij zicht op de lucht. Gebouwen, metaal en dichte begroeiing kunnen het signaal verzwakken. Daardoor springt een kaartpunt soms enkele meters of meer. Een tracker kan de laatste bekende positie tonen wanneer ontvangst tijdelijk ontbreekt.
Let ook op het netwerk, want GPS bepaalt alleen de locatie. Een simkaart of ander netwerk stuurt die locatie meestal door. Zonder bruikbare mobiele dekking komt een live melding niet meteen aan. Wifi of bluetooth kan binnenshuis helpen, afhankelijk van het gekozen systeem. Gebruik je de tracker vooral in afgelegen gebieden, controleer dan vooraf welke netwerken en landen de dienst ondersteunt, want satellietontvangst alleen stuurt geen locatie automatisch door naar je telefoon.