De behuizing moet passen bij je printplaat en montagewijze. Doorvoergatbehuizingen hebben pennen die door gaten in de plaat steken. SMD-behuizingen liggen vlak op koperpads en vragen nauwkeuriger soldeerwerk. Eenzelfde functie kan in beide vormen bestaan, zodat je montagegemak kunt afwegen tegen ruimtebesparing op de print.
Controleer altijd de pinbezetting vóór het solderen. Dat voorkomt fouten. Dezelfde behuizing kan per fabrikant een andere volgorde voor voeding, massa en signalen hebben. Ook een identiek ogend onderdeel kan een afwijkende maximale spanning hebben, dus vergelijk altijd het volledige typenummer en datasheet.
Let ook op de logische niveaus. Een 3,3V-uitgang stuurt niet elke 5V-ingang betrouwbaar aan, terwijl analoge signalen vaak extra bescherming of omzetting nodig hebben. Voor vermogensschakelingen vergelijk je transistoren op behuizing, pinvolgorde en montagevlak, omdat die details bepalen of ze fysiek en elektrisch passen.