Een officiële lacrossebal heeft een vaste ronde basismaat voor regulier spel. Voor veldlacrosse ligt de diameter doorgaans rond 6,0 tot 6,5 centimeter. Het gewicht ligt gewoonlijk tussen 140 en 147 gram per bal. Die grenzen houden het balgedrag vergelijkbaar.
Meet een onbekende bal met een schuifmaat als je twijfelt over de geschiktheid voor wedstrijden. Een grotere afwijking merk je vooral bij passes. Ook een kleine gewichtsafwijking verandert de snelheid na een harde worp, zeker wanneer de stick en pocket al op wedstrijdgebruik zijn afgesteld voor snelle balcirculatie binnen een goed ingespeeld team. Gebruik daarom nooit een duidelijk versleten bal als vaste referentie.
Een bal met de juiste maat rolt gelijkmatiger door de pocket en komt bij vangen beter los van de wand. Bij jeugdtraining kan een coach dezelfde maat gebruiken, zodat spelers later niet aan een ander gevoel hoeven wennen. Controleer de regels van je competitie vooraf. Die controle voorkomt discussie tijdens drukke speeldagen met je team.